Computable - Interview: Bert Hubert over het clouddilemma

De cultuurkloof die Europese cloudinnovatie smoort

Nerds versus bestuurders

Het wordt voor prille Europese alternatieven heel moeilijk te concurreren met grote Amerikaanse cloud providers als Microsoft. Dit zegt softwareontwikkelaar en entrepreneur Bert Hubert, die zich heeft ontwikkeld tot één van de belangrijkste technologie-commentatoren. Een vraaggesprek over cloud, open source, schuld en verantwoordelijkheid.

Tekst: Alfred Monterie Beeld: ATKM

Tekst: Alfred Monterie Beeld: Olivier Middendorp

Technisch kunnen techbedrijven uit de EU zeker de software leveren ter vervanging van Amerikaanse bundels en ook qua infrastructuur hoeft de EU niet afhankelijk te zijn van Big Tech, is de stellige overtuiging van Bert Hubert. Een Europese versie van een cloudplatform als Azure met technisch gelijkwaardige online diensten, is dus geen utopie.

Schuldafvangers

Het grote probleem is echter dat AWS, Microsoft en Google veel meer verkopen dan de cloud, analyseert Hubert. Door complete, werkende oplossingen te bieden zijn deze hyperscalers ‘ideale schuldafvangers’. Zakelijke klanten kunnen bij hen de volledige verantwoordelijkheid neerleggen. Want wanneer een ministerie, rijksdienst of andere overheidsinstelling it inkoopt, zijn prijs en technische excellentie niet de belangrijkste overwegingen. De ambtelijke top wil geen persoonlijke blaam treffen bij een fiasco.

Open source ontwikkelaars realiseren zich dat onvoldoende. Hun cultuur verschilt hemelsbreed van de bedrijfsopvatting in de top van de overheid, die zich kenmerkt door risicomijdend gedrag. Als het misgaat zal die opdrachtgevers geen blaam treffen, zeker niet op de korte termijn. Het overgaan op open source software van kleinere Europese aanbieders betekent niet alleen meer kans op gedoe als niet aan ieders verwachtingen wordt voldaan, maar vereist ook meer kennis en inzicht.

En die knowhow gaat achteruit. Volgens Hubert is vooral de afgelopen vijf jaar veel expertise uit de overheid verdwenen. De kennis is er wel, maar niet in de bovenste bestuurlijke laag. Die bestaat tegenwoordig vooral uit juristen en bestuurskundigen. In de top is een cultuur ontstaan waarin meer aandacht is voor het spel van het bestuur dan de inhoud.

Nerds

De echte experts, waaronder de it’ers, zien vergaderingen als een onderbreking van hun werk. Daardoor kunnen ze niet bezig zijn met hun vak. Voor de beroepsbestuurders, zelden technici met domeinkennis, geldt precies het tegenovergestelde. Die zien het vergaderen als hun belangrijkste taak, zegt Hubert. Ze doen dat liefst de hele dag. Kortom, steeds meer ontstaan gescheiden werelden waarin de it’ers zich minder thuis voelen. De ‘nerds’ wordt soms zelfs duidelijk te verstaan gegeven dat de ‘beroepsbestuurders’ hen liever kwijt dan rijk zijn. Dat lot valt niet alleen it’ers ten deel, maar ook bijvoorbeeld pensioendeskundigen. Soms wil men helemaal niet meer naar hen luisteren, omdat ze als ‘moeilijk’ worden gezien.

'Bijna de hele Nederlandse overheid draait op het cloudplatform Azure. Zelfs in de VS leunt de overheid niet zo sterk op Microsoft'

Cloudaanbieders als Microsoft gedijen over het algemeen goed in zo’n cultuur. Ze geven hun klanten een gevoel van comfort. En weten het spel handig mee te spelen, vindt Hubert. Gebrek aan kennis doet de rest. Dit weerhoudt besluitvormers ervan alternatieve oplossingen onder ogen te zien. Het probleem zit echt aan de top. Als niemand enig benul van it heeft, wordt de gemakkelijkste weg gekozen; de meest voor de hand liggende oplossing. Zolang die situatie niet verandert, zal Microsoft veruit dominant blijven. Hubert durft de stelling aan dat geen land ter wereld zich zo sterk heeft overgeleverd aan het bedrijf uit Redmond. Bijna de hele Nederlandse overheid draait op het cloudplatform Azure. Zelfs in de VS leunt de overheid niet zo sterk op Microsoft.

Staatsgeheimen

Ambtenaren kunnen bij Microsoft diensten en netwerkcapaciteit heel gemakkelijk (bij)bestellen. Hoewel Google Cloud vaak veel goedkoper is, komt een switch naar dat platform in Nederland zelden voor. Hubert: ‘Het lukt Google al niet, laat staan dat een kleine Europese club die een minder soepele overgang kan garanderen en misschien ook storingsgevoeliger is daarin slaagt.’ De beste manier om een doorbraak op dit gebied te forceren, is bij een klein ministerie te laten zien dat een alternatief wel succesvol kan zijn. Voorbeeld doet volgen. Het ministerie van Algemene Zaken waar veel staatsgeheimen de revue passeren, zou een geschikte kandidaat zijn. Want een publieke cloud-omgeving als Microsoft365 voldoet niet aan de hoogste eisen voor dit toepassingsgebied.

De ervaringen in de Duitse deelstaat Sleeswijk Holstein, waar Microsoft is ingewisseld voor open source software, laten zien dat een overstap goed kan. ‘Je moet uiteraard niet denken dit even te kunnen doen. Er moet wel een goed plan zijn waar alle gebruikers in mee worden genomen. En je moet niet alles in één keer veranderen.’ Inmiddels zijn in Sleeswijk Holstein 50.000 werkplekken af van het Microsoft-infuus.

Helpdesk

Belangrijk is te weten wie welke applicaties pleegt te gebruiken. Bij de overheid gebruikt zeventig procent alleen e-mail en een tekstverwerker. Een deel zal ook met Excel werken. Als wordt overgestapt naar een Europees alternatief is het zaak de ondersteuning goed te regelen. Bij Windows werd een keer een knop op een andere plek gezet waarna de helpdesk volledig overbelast raakte.

Hubert merkt op dat mensen sterk de neiging hebben om computers als onprettig te ervaren. Al snel wordt gemopperd wanneer iemand zich in de steek gelaten voelt. Veranderingen van systeem stuiten zelden op enthousiasme. Maar als je de gebruikers hier tijdig bij betrekt, wordt de weerstand minder. Zeker bij nieuwe pakketten van bijvoorbeeld kleinere Europese partijen moet je heel veel testen en voorbereiden.

WC

De it-afdeling verdient ook een meer prominente plek in de organisatie van een overheidsinstelling. Hubert herinnert zich hoe zijn vader destijds als directeur facilitaire dienst van de Tweede Kamer ging over de wc’s, koffiemachines en de computers. ‘Helaas is er nog niet veel veranderd. Te weinig wordt beseft dat moderne bedrijven en overheidsinstellingen informatie-fabrieken zijn geworden. En de it moet op een hoger plan worden gezet dan de wc; het hoogste niveau. Zulke organisaties doen er verstandig aan om een echte it-expert boven in de boom te zetten.’

Hubert noemt als voorbeeld het Openbaar Ministerie dat al jaren verlamd is door it-problemen. Het bestuur van het OM laat alleen maar procureurs-generaal, dus juristen, tot zijn gelederen toe. En onlangs had de rijksoverheid een vacature voor een plaatsvervangende cto. Daarbij werd vermeld dat ‘ervaring met computers een pre’ was. Ook in de top van het bedrijfsleven leeft nog vaak het idee dat geen inhoudelijke kennis van it nodig is. Alle nadruk valt op het maken van beleid. 

De uitvoering is bij ministeries een ondergeschoven kind. De sterkste groei bij de rijksoverheid betreft beleidsambtenaren. Die nemen weer andere beleidsambtenaren aan wat hun macht versterkt. Hubert leert veel over organisaties door regelmatig functie-omschrijvingen bij vacatures te lezen. Laatst werd een senior-beleidsadviseur kernenergie gezocht. Ervaring op gebied van energie was daarvoor niet nodig.

Wie is Europees?

Probleem bij de overgang naar soevereine software vanuit de EU is dat heel veel grote Europese it-dienstverleners een soort verlengstuk van Microsoft zijn. Bijvoorbeeld Atos, CapGemini en Sopra Steria leveren bijna alleen Amerikaanse producten of hebben in de VS een belangrijk deel van hun productontwikkeling. Hun hoofdkantoren staan weliswaar in Europa, maar ze vallen onder de invloedssfeer van de VS. Dat geldt ook voor SAP. Hubert spreekt van Amerikanen met een Duits accent; een soort neppers. Hun banden met Microsoft zijn groot. Een dergelijk bedrijf is zo groot in de VS dat ze ook onder Amerikaanse wetgeving vallen, aldus Hubert. 

Het eveneens Duitse Stackit, ook wel bekend als de ‘Lidl-cloud’, is volgens hem wel echt Europees. Voorbeeld van een land dat zich aan de greep van Big Tech probeert te onttrekken, is Frankrijk. Ook Denemarken maakt met een dienstverlener als Netcompany stappen.

Wie is Bert Hubert?

Hubert is de oprichter van PowerDNS, software waar een groot deel van het Internet in Europa op draait. Daarnaast werkte hij voor de AIVD. Tot eind 2022 was hij lid van de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. Tegenwoordig is hij part-time technisch adviseur bij de Kiesraad en lid van de commissie van advies van de Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal. Daarnaast geeft Bert regelmatig zijn visie over technologie en autonomie.